Door kerven in de voorste duinen kan kalkrijk zand weer het duingebied inwaaien.

Steeds meer 'levende' duinen langs Nederlandse kust

Staatsbosbeheer
26-FEB-2025 - Wie regelmatig door de duinen loopt, is het misschien opgevallen: meer zandverstuivingen doordat duinen op steeds meer plekken weer bewegingsvrijheid krijgen. “Dat is goed voor de waterveiligheid en de biodiversiteit”, stelt Staatsbosbeheer-ecoloog Sander Terlouw. “Duinen komen weer tot leven”.

Een manier om die bewegingsvrijheid te geven is het graven van kerven in de voorste duinenrij, de zeereep. Onlangs haalde de kerf die nu in de Texelse duinen wordt gegraven nog het nieuws. In tegenstelling tot wat soms wordt gesuggereerd, is een kerf niet zomaar een gat in de duinen waardoor zeewater naar binnen kan stromen. Een kerf is een opening in de duinen waardoor meer zand het duingebied kan inwaaien. Sander: “Bij het maken van een kerf halen we het bovenste deel van een duin weg, zodat de wind vrij spel krijgt. Maar het hoogteverschil met de zee blijft altijd zo groot dat het water niet naar binnen stroomt. Zelfs bij springtij komt het water niet zo hoog. Op sommige plekken, waar dat kan, maakt of krijgt de zee wel een doorbraak in de zeereep. Dat noemen we een slufter of een wash-over.”

Veel plekken langs de Nederlandse kust hebben inmiddels al kerven in de duinen. In Staatsbosbeheergebied bijvoorbeeld al in de Schoorlse duinen en op Terschelling. In de duinen op Kop van Schouwen in Zeeland zijn in de winter van 2017-2018 kerven gemaakt. Boswachter Marijke Lieman loopt met Sander mee in dit Natura 2000-duingebied op het westelijke uiteinde van Schouwen-Duiveland. “Het is iedere keer geweldig om hier te zijn”, zegt ze. “Door de dynamiek die het nu heeft, ziet het er steeds weer anders uit. Altijd een verrassing.”

Dankzij kerven in de voorste duinenrij, waait het zand weer naar binnen

Duinen vastgelegd

Met het vastleggen van de voorste duinenrij met onder meer helmgras is in de vorige eeuw de dynamiek uit de duinen gehaald. Vanaf een duintop wijst Sander in de verte landinwaarts. “Zie je die paraboolvormige duinenrij daar? Die zijn ooit aan de zeereep ontstaan en in de loop van eeuwen, onder invloed van de wind, enkele kilometers door het landschap naar achter gerold, terwijl er aan de zeereep weer nieuwe duinen ontstonden. Dat proces is in het verleden tot stilstand gebracht door de voorste duinen vast te leggen.”

Het gevolg is dat er veel minder kalkrijk zand in het duingebied terecht kwam. Gecombineerd met de te hoge stikstofneerslag leidde dat tot een flinke achteruitgang van dit ecosysteem. Typische bloemrijke vegetaties met een groot aandeel van mossen en korstmossen kregen het moeilijk. Bijvoorbeeld soorten als rendiermos en duinviooltje. Met als resultaat steeds minder insecten en dus minder insectenetende vogels. Met name duinriet en soorten als duindoorn en Amerikaanse vogelkers profiteerden hier juist van en zorgden voor een zeer dichte begroeiing die het zand nog verder vastlegde.

Door het vastleggen van duinen krijgen soorten als duindoorn en duinriet de overhand. De te hoge stikstofneerslag versterkt dat proces

Grillige duinvormen

Dat proces wordt nu weer – waar dat kan – teruggedraaid. Marijke en Sander hebben het strand bereikt. Vanaf daar biedt het zicht op de duinen niet een strakke zanddijk, zoals we dat gewend zijn, maar grillige vormen van lage en hoge duinen. Door natuurlijk ontstane kerven en gegraven kerven waait het kalkrijke zand alweer zo’n acht jaar het duingebied in. “De kerven die natuurlijk ontstaan werken het best”, vertelt Marijke als ze een metershoge zandtong opklimt. “Ik vind het op een gletsjer lijken die langzaam steeds verder kruipt. We hebben het fietspad dat hierachter loopt al een keer moeten verleggen. Helaas kunnen we op deze plek dit duin niet verder laten rollen, want vlak hierachter liggen infiltratieplassen voor de waterwinning.”

Daarom zijn op plekken waar daar meer ruimte voor is, twee kerven gegraven. Sander: “Je ziet de zandvlaktes hier groeien. Zo’n kerf is echt het kloppend hart van het duin, want hier komt de dynamiek op gang. De grovere korrels verplaatsen zich langzamer, zorgen voor een rollend duin. Maar het fijne poederzand verspreidt zich door de wind veel sneller over het hele gebied, waardoor een veel grotere oppervlakte van het kalkrijke zand profiteert. Door op sommige plekken de vegetatie weg te halen en weg te houden, ontstaan stuifkuilen waar kleinschalige verstuivingen dit proces een handje helpen. Zo zorgen we voor een uitgangspunt van waaruit de natuur weer zelf het werk kan doen.”

Vlak achter de kerf rolt het zand als een soort gletsjer het gebied in

Biodiversiteit neemt toe

Hoewel het nog niet zo hard gaat, ziet Marijke wel al verschil in biodiversiteit. “De blauwvleugelsprinkhaan was hier bijna verdwenen, maar komt nu weer vaker voor. De nachtzwaluw zit er weer, die hadden we jaren niet gezien. Ook met de boomleeuwerik gaat het beter. Dat zijn vogels die juist ook open vlaktes nodig hebben. Mossen als het duinsterretje zien we weer vaker. Maar voor veel vegetatietypen heft de verstuiving van het kalkrijke zand de negatieve gevolgen van te veel stikstofneerslag nog niet op. Ik hoop dat lage bloeiende planten de komende jaren weer meer kans krijgen, wat dit gebied weer aantrekkelijk zou maken voor meer insecten en vogels. En het aantal konijnen neemt hopelijk weer toe. In dichtbegroeide duinen kunnen zij geen holen graven, daar is nu weer meer gelegenheid voor.”

Gevolgen voor waterveiligheid

Deze dynamische processen maken de voorste duinenrand hier en daar wat minder robuust. Dat lijkt misschien kwetsbaar. Marijke: “Je kunt je voorstellen dat die waterveiligheid hier in Zeeland nog altijd gevoelig ligt. We doen dan ook niet zomaar wat. Samen met het waterschap, de provincie, drinkwaterbedrijf Evides en Rijkswaterstaat meten we constant wat er gebeurt. Waar voorheen de zee al het zand weer mee terugnam, waait nu veel zand het duingebied juist in: het hele gebied wordt zo op een natuurlijke manier beetje bij beetje opgehoogd. Dit maakt het juist veiliger.”

Langs de hele Nederlandse kust worden vergelijkbare maatregelen genomen, waar daar voldoende ruimte voor is. Niet alleen door Staatsbosbeheer, ook door Natuurmonumenten, en waterleidingbedrijven, altijd in samenwerking met de provincies. Sander is ervan overtuigd: “De duinen staan er nu beter voor dan twintig jaar geleden.”

Tekst: Staatsbosbeheer
Foto's: Rick den Biggelaar (leadfoto: door kerven in de voorste duinen kan kalkrijk zand weer het duingebied inwaaien); Staatsbosbeheer