Koninginnenpage: nu rupsen vinden
De VlinderstichtingIn de voorjaarsgeneratie van de koninginnenpage in mei vlogen niet opvallend veel vlinders, maar ongeveer zoveel als we van de laatste jaren gewend zijn. De vlinders die toen vlogen hebben eitjes afgezet en zijn doodgegaan, maar de volgende generatie, die in juli en augustus vliegt, was wel veel groter dan normaal. Er waren veel koninginnenpages deze zomer en ze zijn ook op heel veel plaatsen ten noorden van de grote rivieren gezien. De koninginnenpage profiteert van warmte en droogte en het was voor deze vlinder dan ook een prima jaar. Nu is ook de zomergeneratie uitgevlogen. Deze vlinders zijn inmiddels vrijwel allemaal dood, maar ook deze hebben zich voortgeplant en nu kunnen we hun rupsen vinden. De jonge rupsjes zijn klein en lijken wat op een vogelpoepje, maar de volgroeide rupsen die je nu kunt vinden, zijn groot en prachtig gekleurd. Ze zijn een centimeter of vijf en vrij dik. De kleur is groen met zwarte banen en oranjerode stippen.
De rupsen van de koninginnenpage leven op diverse schermbloemigen. De worteltjes in de moestuin zijn geliefd en daar worden dan ook vaak rupsenvondsten gemeld. Dat komt natuurlijk vooral omdat de tuiniers er daar bovenop zitten en dus snel in de gaten hebben als er een rups aan het eten is. Ook planten als venkel en dille, die je ook vaak in moestuinen aantreft, zijn geliefd bij de rupsen van de koninginnenpage. Buiten de tuin wordt onder andere wilde peen (de ‘wilde’ wortel) gebruikt. Deze staat veel in bermen en groenstroken en het vinden van een rups is daar vaak niet zo eenvoudig. Als je ze wilt vinden moet je er wel nu bij zijn, want nu zijn ze groot en dus relatief opvallend. De rupsen gaan vanaf nu over naar het popstadium, waarin ze de winter doorbrengen. Ze zoeken daarvoor stevige pekken om te zorgen dat ze daar een aantal maanden lang goed kunnen hangen, alvorens in mei weer als vlinder tevoorschijn te komen. Die plekken kunnen soms meters verwijderd zijn van de plek waar ze als rups zaten. De poppen zijn meestal bruin, en soms groen.
Tekst en foto’s: Kars Veling, De Vlinderstichting
Kaartje: NDFF