Geelsnavelduiker bij Rijpwetering (eenmalig exclusief wmr)

Geelsnavelduiker van de Kagerplassen verhongerd

Wageningen Marine Research
2-APR-2025 - Op 11 januari 2025 werd in de Kagerplassen een jonge geelsnavelduiker ontdekt, een zeldzame vogel die al snel de aandacht trok van honderden vogelaars. Helaas werd de vogel een week later dood aangetroffen door twee sportvissers. Zij brachten het dode dier naar Naturalis. Onderzoek naar de conditie van de vogel en naar de inhoud van zijn maag en darmen toonde aan dat de vogel verhongerd was.

Geelsnavelduikers zijn zeldzame vogels, zowel wereldwijd als in Nederland. Ze broeden op toendrameertjes in het Arctische Rusland (van Nova Zembla naar het oosten), Alaska en Canada. De totale wereldpopulatie is slecht bekend, maar wordt geschat op tussen de 16.000 en 32.000 vogels. Dat is vergelijkbaar met het aantal inwoners van bijvoorbeeld Wassenaar. Van deze populatie broeden maximaal 8.000 vogels in Rusland. Geelsnavelduikers zijn trekvogels, maar waar ze overwinteren is niet goed bekend. 

Geelsnavelduikers en de Doggersbank

Langs de kusten van Noorwegen overwinteren ongeveer 1.500 geelsnavelduikers. Daarnaast worden ze ook aangetroffen in de kustwateren rond de Britse Eilanden en verder naar het westen, op de open Atlantische Oceaan. Nog maar recent is ontdekt dat er in de Centrale Noordzee, rond de Doggersbank, tientallen tot mogelijk een paar honderd vogels overwinteren. Dit wordt ondersteund door waarnemingen van honderden langstrekkende geelsnavelduikers langs de zuidpunt van Noorwegen (Skogsøy) in het voorjaar.

In Nederland zijn geelsnavelduikers zo zeldzaam dat een speciale commissie zich bezighoudt met alle waarnemingen van levende vogels en vondsten van dode vogels. Elk geval wordt zorgvuldig beoordeeld en vervolgens aanvaard of afgewezen. De ‘Commissie Dwaalgasten Nederlandse Avifauna’ houdt een lijst bij van geverifieerde gevallen, die met elke nieuwe beoordeling wordt gepubliceerd.

Volwassen geelsnavelduiker. Dit is niet de vogel die in Nederland gezien werd

Geelsnavelduiker: van 1934 naar de Kagerplassen

Het eerste bewezen geval van een geelsnavelduiker in Nederland dateert uit 1934 en vertoont enkele opmerkelijke overeenkomsten met de recent gevonden vogel. Dr Junge beschrijft dit geval in tijdschrift Ardea: “Op 30 December 1934 vond de heer H. van Thiel op het strand te Zandvoort een grooten duiker, die dankzij de bemiddeling van den heer Jan P. Strijbos aan het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie te Leiden geschonken werd. De vogel bleek een exemplaar van Colymbus (tegenwoordig Gavia, red.) adamsii Gray te zijn, een nieuwe aanwinst voor de Nederlandsche avifauna”. Vervang 'H. van Thiel' door 'PikeHunter' en 'Zandvoort' door 'Sassenheim' en je hebt het geval van de Kager geelsnavelduiker.

Sinds 1934 zijn er in Nederland slechts 41 aanvaarde gevallen van de geelsnavelduiker, exclusief twee vogels die ver op de Noordzee, buiten het bereik van gewone waarnemers, werden gezien. Dit komt neer om minder dan een vogel per jaar. Bovendien waren (of gingen) zeventien van deze 41 vogels dood. In 1979 werd een opvallend groot aantal van negen gevallen geregistreerd, maar in de meeste jaren werd slechts een of zelfs geen geelsnavelduiker waargenomen. De meeste vogels werden aan de kust aangetroffen, maar enkele individuen verbleven ook in het binnenland, op plassen van Zuid-Holland tot in Gelderland.

Slechte conditie en hongerdieet

Het hoge aantal sterfgevallen onder de geelsnavelduikers in Nederland doen vermoeden dat veel vogels hier in slechte conditie aankomen, of hier niet kunnen overleven. Van het dieet van geelsnavelduikers is weinig bekend, vooral van de vogels die in Nederland eindigen. In de maag van een jong mannetje dat op 21 januari 2002 op Texel werd gevonden, werden resten van twee kleine harinkjes (van 13 en 10,5 centimeter lang) aangetroffen. Dat is voor een vogelsoort van 4,5 tot 6,5 kilo een ontoereikend dagrantsoen. Een onvolwassen mannetje, dat tussen 22 en 23 januari 2022 in Stellendam verbleef, werd later dood gevonden op de Maasvlakte. In zijn maag en darmen werden resten gevonden van drie kleine grondeltjes (3,1 tot 3,6 centimeter lang), een onverteerd posje (2,9 centimeter lang) en scharen van drie verschillende strandkrabben. Dit wijst wederom op een ‘hongerdieet’. 

Snorkelend gedrag

De geelsnavelduiker van de Kagerplassen vertoonde merkwaardig gedrag, dat door meerdere waarnemers als ‘snorkelen’ werd beschreven. De vogel zwom dicht onder de kant, met alleen kop en nek onder water, voortgestuwd door de trappelende poten. Ondanks de vele foto’s van deze vogel, is er geen enkel beeld waarop te zien is welke prooien werden gevangen. De verwachtingen waren laag: het zouden waarschijnlijk geen grote vissen of moeilijk te vangen prooien zoals rivierkreeften zijn geweest. Nader onderzoek van de maag- en darminhoud moest meer duidelijkheid bieden.

Pontokaspische vlokreeft uit geelsnavelduiker, Sassenheim

Pontokaspische vlokreeft: invasieve bedreiging voor vissen

De Pontokaspische vlokreeft (Dikerogammarus villosus), ook wel killervlokreeft genoemd, is een invasieve exoot die in 1994 via het Main-Donaukanaal naar Nederland kwam. Tegen 1997 had de soort het hele IJsselmeergebied gekoloniseerd. Dat wordt gezien als een oorzaak van het verdwijnen van zeldzame vissen zoals de rivierdonderpad, doordat de vlokreeften hun eitjes eten. De Pontokaspische vlokreeft is nu de dominante vlokreeft in Nederland en heeft de tijgervlokreeft (Gammarus tigrinus), die in 1960 opzettelijk werd uitgezet als visvoer, vrijwel verdrongen. De killervlokreeft is groter (tot drie centimeter) en heeft het pleit gewonnen.

Waarnemen voordat het te laat is

De geelsnavelduiker van de Kagerplassen had alleen kleine prooien gegeten. In de darm bevonden zich resten van witvisjes – vijf ruisvoorns, vier blankvoorns, twee brasems en een kolblei. Deze vissen hadden lengtes van 2,4 tot 6,9 centimeter en een totaalgewicht – bij leven – van minder dan tien gram. De laatste maaltijd zat nog in de maag en bestond uit twee hele en een losse kop van Pontokaspische vlokreeften, elk nog geen één gram zwaar. De vogel kon blijkbaar geen voldoende geschikte prooien vangen en is van de honger omgekomen. Tijdens het ontleden werd vastgesteld dat de vogel slechts 2.639 gram woog en geen opvallende ziekteverschijnselen of trauma’s vertoonde. Het was een jong vrouwtje. Ook deze geelsnavelduiker heeft het in Nederland slechts een paar dagen uitgehouden. Als er weer een geelsnavelduiker verschijnt, moet je er snel bij zijn om de vogel nog levend aan te treffen.

Tekst: Mardik Leopold, Pepijn Kamminga, Ruurd Noordhuis, Cecile Leuverink en Bart Braun
Beeld: Wageningen Marine Research (leadfoto: Geelsnavelduiker bij Rijpwetering, credits: René Pop); Ryan Askren; Mardik Leopold