Watergang - primair

Gebruik klepelmaaier waterschappen wordt uitzondering

De Vlinderstichting
3-APR-2025 - Mede dankzij inzet van De Vlinderstichting is het gebruik van de klepelmaaier voor waterschappen alleen nog maar toegestaan in vijf (goed omschreven) uitzonderingssituaties. Daarbij wordt standaard gefaseerd geklepeld, en het maaisel afgevoerd. Dit is het resultaat van gesprekken tussen De Vlinderstichting en de Unie van Waterschappen over de gedragscode soortenbescherming van de waterschappen.

Er zijn vele duizenden kilometers watergangen in beheer bij de waterschappenPer 1 april 2025 is de gedragscode soortenbescherming Unie van Waterschappen (pdf: 1,9 MB) ingegaan. Hiermee kunnen waterschappen beheer en onderhoud van dijken, watergangen en andere elementen uitvoeren, wanneer ze dit doen met zorg voor beschermde flora en fauna. Eerder lag een conceptversie van deze gedragscode ter consultatie. Daarin werd het gebruik van de klepelmaaier weliswaar beperkt, maar nog steeds weinig specifiek omschreven. De Vlinderstichting reageerde op de conceptgedragscode, mede namens derteien andere natuur- en milieuorganisaties en gaf op wetenschappelijke literatuur gebaseerde (pdf: 2,1 MB) suggesties ter verbetering. Dit resulteerde in significante aanpassingen, die het gebruik van de klepelmaaier onder de gedragscode beschrijft.

Zo is nu omschreven dat gebruik van de klepelmaaier de uitzondering is. Vijf uitzonderingssituaties zijn nu duidelijk en voor een uitleg vatbaar benoemd. Het gaat om situaties waarin de veiligheid van de machinist of weggebruiker in het geding is.

  1. Veiligheidsstroken langs openbare wegen en fietspaden. De toegestane klepelbreedte is aangepast van drie naar anderhalve meter.
  2. Op ruwe ondergrond van verharde (dijk)taluds, stortsteen en andere steenbekleding. Hier is verduidelijkt wanneer er sprake is van ruwe ondergrond.
  3. Op smalle onderhoudspaden die niet breder zijn dan drie meter en waar de uitwijkmogelijkheden fysiek begrensd zijn over grotere lengte, zoals bebouwing en beplanting of gewassen. Hier is toegevoegd dat op smalle onderhoudspaden ook de uitwijkmogelijkheden over grotere lengte fysiek beperkt moeten zijn. Het feit dat een onderhoudspad smal (minder dan drie meter) is, is dus niet genoeg om tot klepelen over te gaan.
  4. Steile dijktaluds of dijken met beperkte draagkracht. Hier zijn drie situaties concreet benoemd en is aangegeven dat voor smalle veendijken eerst alternatieven zoals begrazing en zomerhooien verkend moeten zijn.
  5. Plasdrasoevers langs (water-)wegen en onderhoudspaden, specifiek voor vegetaties die gedomineerd worden door riet, lisdodde of liesgras langs watergangen van vier meter of breder.

Watergangen kunnen, bij goed beheer, grote ecologische waarde hebben

De Unie van Waterschappen heeft aan De Vlinderstichting toegezegd voor de zomer van 2025 met een plan van aanpak te komen. In lastige situaties, waarvoor nu nog de klepelmaaier wordt ingezet, wil men door middel van innovatie tot ecologischer maaimethoden komen. De Vlinderstichting waardeert deze stap. Goed ecologisch beheer wordt hierdoor naar verwachting verder gestimuleerd.

Verder heeft het ministerie van LVVN aangekondigd samen met de Unie van Waterschappen vervolgonderzoek op te zetten, dat de biodiversiteitseffecten van het volledige maaiproces van klepelmaaiers in beeld moet brengen. De Vlinderstichting blijft de ontwikkelingen nauwgezet volgen en verwacht betrokken te worden bij zowel het vervolgonderzoek als de innovaties van maaimachines. Ook blijft De Vlinderstichting het gebruik van Kleurkeur Blauw stimuleren. Dit biedt voor brede biodiversiteit een meerwaarde en waarborgt bovendien goede uitvoering van ecologisch beheer.

Tekst: Anthonie Stip, De Vlinderstichting
Foto’s: Kars Veling